Montessori
De kern van het Montessorionderwijs is: “Help mij het zelf te doen”
Het Montessorionderwijs gaat uit van de mogelijkheden en behoeften van de kinderen in hun verschillende ontwikkelingsfasen. Maria Montessori ging uit van de gevoelige perioden van kinderen. Een gevoelige periode is een fase waarin het kind extra gemotiveerd is bepaalde zaken te leren/ te ontdekken. Een voorbeeld hiervan is de gevoelige periode voor het leren lezen, bij veel kinderen tussen het vierde en zesde jaar.
Deze kinderen hebben dan een “honger” naar letters, en willen alleen maar met leren lezen bezig zijn.
Zintuiglijk materiaal
Zintuigelijk materiaal legt door de helderheid van geabstraheerde begrippen een stevige basis voor wiskunde, geometrie, biologie, aardrijkskunde, kunst en muziek. Door hun grote bereik nodigen zij de kinderen uit om alle mogelijkheden ervan ook werkelijk te onderzoeken. De reden voor het succes en de populariteit is ongetwijfeld dat ze kinderen in staat stellen die activiteiten te ontplooien die alle kinderen spontaan zullen uitvoeren. Want met of zonder speciaal materiaal gaan kinderen, indien ze daartoe in staat gesteld worden, dingen sorteren op grootte, vorm en kleur, op gevoel, klank, temperatuur en gewicht. Ze rangschikken van donker naar licht, van groot naar klein.
Cilinderblokken stimuleren de waarneming op het gebied van afmetingsverschillen als groot-klein, hoog-laag, dik-dun. Ze bieden tevens een voorbereiding voor het schrijven door training van de grijpspieren van de vingers.
De roze toren bestaat uit een serie van tien massieve roze kubussen, van de kleinste kubus van 1cm3 oplopend tot de grootste kubus van 1000 cm3. Het jongste kind bouwt de toren op en breekt hem weer af, het iets oudere kind ontdekt variaties in de opbouw van de reeks, doet geheugen- en individuele spelletjes en krijgt de namen aangeboden van datgene wat hij zintuigelijk heeft ervaren: klein-groot, kleiner-kleinst, groter-grootst.
Met de gekleurde cilinders leren kinderen niet alleen overeenkomsten en verschillen waarnemen. Zonder steun van cilinderblokken krijgen ze ook inzicht in verhoudingen door vergelijken en combineren van reeksen.
De rode stokken helpen het kind verschillen in lengte te onderscheiden. Er zijn tien rode houten stokken: de langste stok is een meter lang en de lengte neemt af tot de kortste stok van een decimeter. Door het werken met de stokken ontwikkelt het kind ook de motoriek van het gehele lichaam, het beseffen van reeksen en mathematische begrippen; de stokken vormen namelijk een voorbereiding voor de rekenstokken en zijn tevens een inleiding tot het metrieke stelsel.
Taalmateriaal
Uit de hele wereld kwamen bezoekers naar Rome om de “wonderkinderen” van Maria Montessori te aanschouwen in haar eerste school. Het wonder was dat zo de aandacht trok, was dat kinderen uit analfabetische gezinnen spontaan waren gaan schrijven en lezen, nadat ze met heel eenvoudige materialen hadden gewerkt. Dit waren schuurpapieren letters waarmee ze kennis maakten met de vorm van de letters. Daarna de losse letters uit de letterdozen waarmee ze deze letters tot woorden konden vormen. Vervolgens metalen inlegfiguren waarmee ze de controle over het schrijfgereedschap onder de knie kregen.
Het doel van de schuurpapieren letters is het leren van letters door het voelen van de vorm, gecombineerd met het horen en uitspreken van de klank en het zien van het symbool. Het materiaal bereidt voor op het vormen en schrijven van woorden. Het materiaal bestaat uit roze gelakte plankjes, waarop de medeklinkers en blauwe plankjes waarop de klinkers in schuurpapier zijn aangebracht.
Als het kind schuurpapieren letters gevoeld heeft en de letters kent, kan het met de losse letters woordjes leggen. Het materiaal bestaat uit de blauwe klinkers en de roze medeklinkers.
Het werken met de metalen inlegfiguren is een directe voorbereiding tot het schrijven. Door het invullen van de figuren herhaalt het kind de beweging die nodig is voor het handschrift en het hanteren van het schrijfgereedschap. Bij het inkleuren en combineren van de figuren wordt het gevoel voor kleurcombinaties en vlakverdelingen gestimuleerd.
Elke woordsoort wordt voorgesteld door een symbool van een bepaalde vorm en kleur. Zo zijn de symbolen voor de “statische” woordsoorten bijvoorbeeld driehoekig en voor de “dynamische” rond. Door het gebruik van taalsymbolen worden vaste zinspatronen zichtbaar gemaakt.
Elke klas, groep 1 t/m groep 8, beschikt over een taalkast Montessori (TaalDoen van AVE.IK).
Rekenmateriaal
Van al het Montessori-materiaal is het rekenmateriaal misschien wel het meest aantrekkelijk. Het is mooi, opvallend en in zijn eenvoud hoogst doeltreffend. Door handelen komen de kinderen tot abstract rekenen. Ze slaan hierbij begrippen en standaardprocedures op, waarop een beroep kan worden gedaan als na verloop van tijd alleen nog abstract wordt gewerkt; het begrip is er dan al.
Het aanbieden van de rekenstokken betekent de eerste kennismaking met lineair geordende hoeveelheden van één tot tien en de namen van de corresponderende cijfers. De stokken geven in afwisselend rood en blauw gekleurde eenheden aan de hoeveelheden één (= 10 cm) tot tien (= 1 meter). Wanneer het kind de cijfers heeft geleerd kan het deze symbolen bij de stokken leggen. Op deze manier ontdekt het ook de volgorde van de getallen. Bij de rekenstokken worden cijfers op plankjes gebruikt.
Het materiaal voor de tafels van vermenigvuldiging helpt kinderen deze tafels te maken en te noteren. Indirect doel is het memoriseren van de tafels van vermenigvuldiging. Uit de kaartjes met de cijfers 1 tot en met 10 wordt bijvoorbeeld kaartje 6 in de gleuf geschoven. Met de kralen kunnen de kinderen dan de tafel van 6 leggen. Onder de op het bord gedrukte cijfers 1 tot en met 10 worden dan steeds zes kralen gelegd. Na elk vermenigvuldigingssommetje worden de kralen geteld. Elke uitkomst wordt genoteerd op het gedrukte formulier.
Het kralenmateriaal kan gebruikt worden als telmateriaal, als materiaal voor optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, als voorbereiding voor machtsverheffen en worteltrekken en voor het werken in andere talstelsels.
Doel van het gouden materiaal is de eerste introductie in het tientallig stelsel, en de namen en de hoeveelheden 1 – 10 – 100 – 1000.
Zelfstandigheid, vrijheid en discipline
Op Montessorischool Emmen ontwikkelen de kinderen hun zelfstandigheid en leren ze omgaan met vrijheid en discipline.
De zelfstandigheid van kinderen wordt nogal eens onderschat. Een kind van drie of vier jaar kan al heel veel zelf, als we het maar de kans geven. Het zelf iets kunnen zonder hulp van de volwassene is voor het kind vaak een overwinning. “Kijk eens wat ik al kan” hoor je een peuter vaak apetrots zeggen.
Zelfstandigheid betekent onafhankelijkheid. Zelfstandigheid is voor het leren op school dan ook heel belangrijk. Wanneer het kind zelf dingen kan leren, is het minder afhankelijk van de leerkracht en hoeft dus ook niet te wachten als die leerkracht een ander kind helpt. Ieder kind kiest daarom zelf het werk dat het alleen, of samen met een ander, gaat doen.
De praktijk leert dat kinderen activiteiten kiezen die nauw aansluiten bij hun eigen ontwikkeling. Kinderen leren goede keuzes te maken en de leerkracht helpt daarbij als dat nodig is.
Oudere kinderen leren we ook hun eigen werk te plannen. Hen wordt geleerd zelf verantwoordelijk te zijn voor hun taken.
Toch is het niet zo dat een kind voortdurend vrij is om te kiezen. Naast vrije keuze is er sprake van basiswerk. Dit werk komt voort uit het werken met methoden.
